Bron:Reinerus advocatus Leodiensis
Inhoud
Deze pagina bespreekt de vermelding van een zekere Reinerus advocatus Leodiensis in een oorkonde uit Luik, gedateerd ca. 1096. Sommige secundaire bronnen suggereren dat deze persoon mogelijk geïdentificeerd kan worden met de latere Reinier van Uden (fl. 1210–1250), leenman van de hertog van Brabant en verondersteld zoon van Gerard van Cuijk.
De vermelding
In de oorkonde betreffende de schenking door Ida van Boulogne en haar zoon Godfried van Bouillon (1096) wordt onder de getuigen genoemd:
S. Reinerus advocatus Leodiensis
Deze vermelding staat in een bredere context van hoge edelen uit Neder-Lotharingen, waaronder Hendrik van Cuijk (mogelijk Hendrik I) en Arnold van Rode.
Interpretatie
Hoewel de naam overeenkomt, zijn er meerdere complicaties bij de identificatie:
- De datering van 1096 ligt ten minste een eeuw vóór de florerende periode van Reinier van Uden (1210–1250).
- De titel advocatus Leodiensis wijst op een functie in of rond de stad Luik, niet in Uden of Brabant.
- Geen van de bekende primaire vermeldingen van Reinier van Uden gebruikt deze titel.
- De naam “Reinier” kwam wel voor bij de bredere familie van Cuijk (zoals bij Reinier van Arnsberg).
De identificatie moet dus worden beschouwd als onwaarschijnlijk, of een verwarring tussen naamgenoten uit verschillende generaties.
Bronnen
- Oorkonde van 1096, vermeld in: Kareldegrote.nl – Excursio 31
- Van Schijndel, B.W., Une Généalogie brabançonne: Les Van Zeeland (1965), Brussel
- Coldeweij, J.A., De Heren van Kuyc (1096–1400), Tilburg 1982 (geen directe verwijzing)
Schematische bronvermelding
Bronvermelding:
| Titel | Reinerus advocatus Leodiensis |
| Type | Secundaire interpretatie van een primaire oorkonde (1096) |
| Vermoede primaire bron | Oorkonde van Ida van Boulogne, 1096, Luikse archieven |
| Status | Identificatie met Reinier van Uden is speculatief |
| Gebruikt door | Kareldegrote.nl, discussies op genealogische fora |
| Opmerking | Vermoedelijk een andere persoon dan Reinier van Uden; de gelijkenis in naam is onvoldoende bewijs. |